10 april 2009

Hij zei: 'Sprietsj!'

Van mijn geliefde kreeg ik een paar dagen geleden mijn allereerste paashaas ooit. Hij zat in prachtig kreukelig aluminiumpapier en hij was echt hol. Dat hoorde je als je er tegenaan tikte. Bij de grote mama-paashaas hoorden nog wat kleine haasjes en wat eitjes. Ik nam me voor om de grote haas zo lang mogelijk heel te laten, voor ik hem met wreed genoegen zou verorberen.

Ik pakte heel voorzichtig een klein haasje uit en streek in een bui van melancholie voorzichtig het zilverpapier glad met mijn nagel.



Mijn zusje en ik deden dat vroeger ook altijd met het middelste stukje van een Chokotoff-papiertje. Dat kon je, als je handig was, ongescheurd eraf halen en gladstrijken. We gebruikten het vervolgens als boekenlegger.

Ik at het kleine haasje op. Ik voelde me een dierenbeul van het soort waar Marianne Thieme verontwaardigd een kruistocht tegen zou beginnen als ze wist wat ik gedaan had. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het haasje heerlijk smaakte. Ik genoot echter nog meer van het feit dat ik een heuse, eigen paashaas had gekregen.

Ik zal vroeger ongetwijfeld aan mijn moeder om een paashaas gevraagd hebben als we bij de bakker waren. Mijn zusje was minder afwachtend en veel doortastender. Rond pasen had de plaatselijke banketbakker al zijn creatieve talent in een kippenfamilie van chocolade gestopt. Op de toonbank prijkte een statige haan, een iets kleinere kip en zo'n honderd schattige, gele kuikentjes. Toen de bakkersvrouw zich even omdraaide om een brood van de plank te pakken, deed mijn zusje een greep naar de haan. Ze stak zijn kop in haar mond en beet. De haan bleek niet zomaar een saaie haan te zijn: hij was gevuld. Geschrokken zei mijn lieftallige zusje, met haar mond nog vol haan: "Hij zei: 'Sprietsj!' " Hoe mijn moeder de bakker schadeloos gesteld heeft, vermeldt het verhaal niet.

Ik besloot wat meer clementie met mijn haas te betrachten en hem een paar dagen op een ereplaats ten toon te stellen. De orchidee die normaal gesproken op het kastje staat, verplaatste ik naar de tafel en de haas zette ik gezellig op het kastje, naast twee andere figuren die ons huis bewonen sinds ik met Jonathan getrouwd ben.



Gollum keek eerst nog wat argwanend, maar zag na enige minuten het voordeel in van een kastgenoot: een nieuw doelwit voor zijn manipulaties. De trol (een souvenir van Jonathans fietsvakantie met zijn broer in Zweden) leek het gezelschap van de haas van meet af aan te kunnen waarderen. Tenslotte is zij allang uitgepraat met Gollum en verveelt ze zich regelmatig. Ze heeft nog geen mannetjestrol kunnen vinden die haar ter zijde wil staan.



Een dag heb ik het volgehouden om alleen liefdevol en met verlangen naar mijn haas te kijken. Toen werd de verleiding te groot.



De haas was van chocolade, dus men mag het mij niet euvel duiden dat ik hem na slechts een dag al genuttigd heb. Het chocoladepromillage in mijn bloed moet immmers van tijd tot tijd drastisch verhoogd worden!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen