22 april 2009

De puber zonder hengel bleek een schildpad in zijn hand te hebben

Gisteren was het weer zo ver. Het was een tijdje geleden, maar nu mocht ik weer oppassen op S. (2 jaar oud) en M. (bijna 9 maanden oud).
Ik werd enthousiast onthaald door S., die steeds groter en wijzer wordt. M. lag nog te slapen en mama ging werken. S. opperde dat we naar de kinderboerderij zouden gaan. Ik beloofde dat we die excursie zouden ondernemen, zodra M. uit bed was en haar fruithapje gegeten had. Tot die tijd had S. de ganse achtertuin met zandbak, fiets, ballen en bellenblaas tot haar beschikking. Met die bellenblaas was ook ik bijzonder in mijn nopjes.
Ik grijp de oppasmiddagen altijd aan om de kranten van de afgelopen week en allerhande nuttige en minder nuttige, maar daardoor wellicht aansprekender tijdschriften te lezen. Die activiteit had ik nu, met dank aan het Opperwezen voor het prachtige weer, verplaatst naar de achtertuin van de familie. Tussen de regels door weerhield ik S. ervan om de ramen te zemen met de bellenblaas, om in de kinderstoel (die open is aan de voorkant) te klimmen en vervolgens een halve meter voorover naar de tafel te buigen en om scheepsladingen zand uit de zandbak in de tuin te gooien. Ik vroeg geregeld of er geplast moest worden, viste tennisballen achter opgestapelde tuinstoelen in de schuur vandaan, legde uit dat een basketbal niet in een klein emmertje past en verleidde S. tot het bakken van zandtaartjes. Ondertussen luisterde ik zo nu en dan ingespannen of ik M. al hoorde.
Ook S. was gespitst op geluiden en vroeg geregeld: "Hoor je M. al?" Na enige tijd vond ze blijkbaar dat het lang genoeg geduurd. Nadat ze nog eens gevraagd had of M. al wakker was en ik wederom verteld had dat zij nog sliep en dat ik daar geen verandering in ging aanbrengen, stelde ze voor: "Zullen we dan alleen naar de kinderboerderij gaan?" Ik genoot van de kinderlijke naïviteit waarmee ze veronderstelde dat we M. gewoon in haar eentje in het huis konden laten slapen en er samen vandoor konden gaan.
Enige tijd later, gezeten achter een beker aanmaaklimonade, vertelde S. dat vriendinnetje X. (ruim 1 jaar oud) bij hun was geweest, zodat haar moeder even weg kon. Op mijn vraag of X. al kan praten, was het intrigerende antwoord: "Ja, een beetje, maar nog niet zo hard..." Ik lachte uitbundig.
M. werd uiteindelijk zodanig laat wakker dat de kinderboerderij, toen we er kwamen, al dicht bleek te zijn. Ik bevestigde S. op pedagogisch verantwoorde wijze in haar gevoel van teleurstelling en wist haar er daarna gelukkig van te overtuigen dat nog-een-rondje-fietsen-en-op-een-bankje-limonade-drinken-en-snoepbeertjes-eten net zo leuk is als een bezoek aan de kinderboerderij. S. trapte dapper door op haar groen-met-veel-andere-kleurtjes-Hippofiets. Ik schets u haar uitdossing: een stoere broek, kleine Teva'tjes, paardestaart, glitterspeldjes en een enigszins te grote, oranje zonnebril die afzakt op een bezweet neusje. Om de tien seconden blies S. met een wat geïrriteerde blik in de ogen een plukje haar uit haar gezicht.
Terwijl we het bankje naderden, kwamen we drie pubers met twee hengels tegen. De puber zonder hengel bleek een schildpad in zijn hand te hebben. De drie bleken zich, in aanwezigheid van S. en M., in een mum van te tijd te kunnen ontwikkelen van slungelige, duwende en mopperende jongens naar open, lieve en zorgzame mannen. Ik vertelde S. dat een schildpad, net als een slak, zijn huisje op zijn rug draagt. "Ja", zei de blonde jongen, "en als ie dan gaat slapen trekt ie zo zijn kopje in en dan gaat helemaal in zijn huisje". Hij maakte er bijpassende bewegingen bij.
Ik had een prachtige dag!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen