20 februari 2009

En honden vinden mij om op te vreten

Het plan was zo leuk: mijn oma verrassen met een bezoekje. Mijn auto had net een grote beurt gehad en dus werd het de hoogste tijd om te gaan genieten van de gedachte dat hij het nog minstens een jaartje zou gaan volhouden. Daarvoor was de reis naar oma een uitgelezen kans: een uur heen en een uur terug met 120 km. per uur. Heerlijk!

Iets voorbij Roosendaal had ik getankt. Ik was net weer aan het optrekken en reed over een soort viaduct. Het ging letterlijk bergafwaarts en daarom verbaasde het mij dat Shouf Shouf, zoals mijn auto sinds jaar en dag heet, met het gaspedaal tot op de bodem ingetrapt toch steeds langzamer vooruit kwam. Al gauw kwam de snelheidsmeter niet meer boven de 90 uit en ik begon tegenwind te vermoeden. Typisch gevalletje ontkenningsfase. Niet zachtzinnig werd ik met mijn neus op de feiten gedrukt, toen er een rood lampje begon te branden en ik als advies kreeg: check engine. Toen er ook nog een verdachte geur uit de ventilatieroosters begon te komen, schoof ik schielijk twee rijbanen op, zette de panieklichten aan en reed de vluchtstrook op.

De woorden 'panieklichten' en 'vluchtstrook' helpen niet erg mee om rustig te blijven. Met de hoognodige dingen in de hand haastte ik mij om de auto te verlaten en heb ik eerbiedige afstand genomen, omdat ik een knal, een rookwolk en rondvliegende onderdelen verwachtte. Ik prees mij gelukkig dat ik 's ochtends de tegenwoordigheid van geest had gehad om mijn mobiele telefoon in mijn tas te stoppen en dat ik lid was van de ANWB. Ik had het nummer net ingetoetst en wachtte op een keuzemenu of een stem die mij zou aanraden om aan de lijn te blijven, toen ik een lange piep hoorde en ik me realiseerde dat ik op zoek moest naar een gele praatpaal.

Nadat ik met veel pijn en moeite over de vangrail was geklommen - die dingen zijn hoger dan ze lijken en ze hebben scherpe randen - begon ik dapper te lopen. Het goot uiteraard van de regen en mijn laarzen bleven af en toe in de modder staan, terwijl ik bijna doorliep. Al gauw voelde ik mijn sokken nat worden en stelde ik mij voor hoe allerlei kleine insecten, wormpjes en algen tussen mijn tenen door kringelden. Een half uur en een handvol toeterende vrachtwagenchauffeurs later was ik nog steeds geen praatpaal tegen gekomen, maar zag ik aan de rand van het weiland waar ik langs liep wel een boerderij staan.

Ik zette mij mentaal al schrap, want boeren hebben honden. En honden vinden mij om op te vreten. Ik was dan ook erg opgelucht toen er alleen een drijfnatte, lelijke poes over het erf scharrelde en de boerin de deur op een kier zette. Enigszins argwanend keek ze me aan, maar kennelijk wisten mijn bemodderde kuiten en het water dat uit mijn jas droop haar ervan te overtuigen dat ik het niet op haar kostbaarheden voorzien had, maar daadwerkelijk in nood verkeerde. Ik kreeg de telefoon te leen en opperde dat ik, gezien de plaggen onder mijn laarzen, buiten zou blijven staan. De boerin vond dat kennelijk een goed idee en verdween met een wasmand onder haar arm in het huis.

De ANWB-er die ik aan de lijn kreeg, probeerde door middel van ja/nee-vragen uit te vinden waar ik mij bevond en wat er met mijn auto aan de hand kon zijn. Was ik Roosendaal al voorbij? Ging ik richting Vlissingen of niet? Had ik mijn auto onbeheerd achter gelaten? Dat laatste was het geval, waarop de beste man beloofde Rijkswaterstaat op de hoogte te stellen van het feit dat Shouf Shouf moederziel alleen met zijn knipperlichten aan op de vluchtstrook van de A 58 stond, zodat mijn auto er nog zou staan als ik weer teruggelopen was.

Inmiddels ben ik niet alleen doordrongen van de absolute onmisbaarheid van de ANWB, maar vind ik ook dat ze het predikaat koninklijk moet krijgen als ze dat nog niet heeft, en probeer ik te wennen aan het idee dat ik Shouf Shouf spoedig naar een autokerkhof zal moeten brengen.De koppakking, wat dat ook moge zijn en waar die zich ook moge bevinden, heeft het namelijk begeven en dat schijnt fataal te zijn voor auto's op leeftijd. Helemaal als de auto minder gekost heeft dan de reparatiekosten tot nu toe en als hij feitelijk total loss is zodra de benzinetank leeg is.

Shouf Shouf had een mooier einde verdiend, met een rustige, goed verzorgde oude dag. Hij zou af en toe liefdevol in de was zijn gezet, als hij mij daarvoor de kans had gegeven. Ik zou pleziertochtjes met hem gemaakt hebben en samen zouden we genoten hebben van slakkegangetjes en binnendoorroutes.De toekomst leek zo veelbelovend.

Het heeft niet zo mogen zijn. Ik denk dat Shouf Shouf bang was dat hij moest blijven doorwerken tot zijn zevenenzestigste.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen