4 juli 2010

Ik associeer boekjes die ergens bij zitten met mensen die goed voor hun spullen zorgen

Dit was het weekend van 'we scoren gratis of voor bijna niets leuke dingen'.
Wij zijn thans in het bezit van een nauwelijks gebruikte BabyBjörn-draagzak, waarin Theije, comfortabel op papa's buik hangend, vervoerd kan worden, zonder dat wij andere mensen met de kinderwagen over hun likdoorns rijden. We hadden de draagzak bij Prenatal gezien, maar daar moest hij € 139,- kosten, wat wij nogal veel vonden. Op nooit genoeg volprezen Marktplaats vond ik hetzelfde exemplaar, met het boekje er nog bij (geen idee wat je daaraan hebt, maar ik associeer boekjes die ergens bij zitten met mensen die goed voor hun spullen zorgen) voor het vriendelijkere bedrag van € 20,-.
Bijkomend voordeel: Theije vindt het oergezellig om erin te zitten en valt, op de kadans van onze wandeling en Jonathans hartslag, heerlijk in slaap. Foto hiervan volgt nog, aangezien we die nog niet gemaakt hebben en we Theije, die nu in zijn bedje ligt, niet op elk willekeurig moment dat wij een foto van hem willen maken, het slachtoffer willen laten worden van onze vastleggen-voor-het-nageslacht-manie.
Verder heb ik voor zeven euro mijn prentenboekenhonger wat kunnen stillen. Ik kocht Het vergeten Pietje voor 2 euro en Nippertje voor 5 euro. Ze zijn tweedehands, maar zien er nog prima uit.




En dan de verovering waar ik nog het meest vrolijk van word: het inpakpapier van Albert Hein. Helemaal gratis, maar o, zo mooi! Ik was zaterdag bij de grootgrutter toen mijn oog erop viel en ik moest het hebben. Ik was alleen bang dat ik in mijn kraag gegrepen zou worden als ik zomaar een meter zou meenemen, dus ik heb net gedaan of ik een sixpack anderhalve-liter-flessen Spa rood wilde inpakken en toen durfde ik wel een enorm stuk af te scheuren en op te rollen. Ik heb het veilig door de regen geloodst en ik weet al welk vriendinnetje ik blij kan maken met een boek dat in dit papier is ingepakt. Het is zo prachtig!


Misschien scheur ik nog wel een keer een eind af om het in te lijsten en in de keuken te hangen.

22 juni 2010

Nu ga ik een big ontleden

Voor wie mijn oma een verbazingwekkend exemplaar vond: mijn moeder is onmiskenbaar haar dochter.
Ik belde haar vanmiddag even op en ze zei dat ze net op het punt stond om weg te gaan. 'Oké', zei ik, 'dan bel ik later wel terug.'
'Gaat alles wel goed bij jullie?', vroeg ze nog, als een echte moeder. Als ik 'nee' had geantwoord, had ze waarschijnlijk haar jas weer uitgetrokken, maar ik zei 'ja', dus was haar antwoord: 'Dan kletsen we later wel verder. Nu ga ik een big ontleden.'
Kennelijk vroeg de stilte die ik, onbedoeld, op deze mededeling liet volgen om verduidelijking, want mijn moeder ging verder: 'Met de boswachter. Een everzwijntje. Doei!'

21 juni 2010

Nieuw brilletje

Ik heb een nieuw brilletje. Mijn achtste bril sinds ik vier jaar oud was.

Nieuw brilletje
O ja, ik heb ook nieuw haar.

Voor en na mijn bezoek aan de kapper
Ik wil niet weten wat je ervan vindt, tenzij je het leuk vindt. Ik heb namelijk al gehoord dat het zonde van mijn lange haar is en dat het een refo-kapsel is (hetgeen niet bedoeld was als compliment), dus nu graag alleen nog positieve reacties. En als je het niet leuk vindt, zeg dan maar niks.

19 juni 2010

En ik ben een slagersdochter

Ze was er aan toe, mijn oma. Volgens de dokter werd het tijd dat ze vanwege staar aan haar ogen geopereerd werd, maar had dat weinig zin als haar oogleden niet eerst gelift zouden worden.
En zo kwam het dat mijn oma -ze is 77- naar het ziekenhuis toog voor een ooglidcorrectie. Ze bezwoer een ieder deze cosmetische ingreep nooit te hebben laten plaatsvinden als het niet echt nodig was geweest, want ijdel is ze, naar eigen zeggen, niet. Naar mijn zeggen is ze dat wel, en terecht.
Ze naait de mooiste kleding, zoekt daarvoor de chicste stoffen uit en als ze, zoals twee jaar geleden, onverhoopt met haar mountainbike op een Belgisch kruispunt over de kop vliegt en in het ziekenhuis belandt, weigert ze in het ziekenhuis haar hoofd op het kussen neer te leggen tot de dokter er is, want anders 'denkt hij misschien dat ik mijn haar niet verzorg'.
Maar goed, de ooglidcorrectie had een medische reden: mijn oma had ontdekt dat het 'in huis een stuk lichter' was, als ze haar bovenste oogleden een halve centimeter optilde. Dan wordt het wel tijd voor wat chirurgisch vakwerk.

Oma met Theije, haar eerste achterkleinkind
Mijn moeder was de dag voor de operatie naar mijn oma gegaan en zou tot een dag na de operatie bij haar blijven, om de nodige morele en fysieke ondersteuning te bieden. Samen zaten zij in de wachtkamer van het ziekenhuis, toen mijn oma door een verpleegkundige werd geroepen en meegenomen werd naar de operatiekamer. Mijn moeder had gezegd dat ze zo lang mogelijk bij mijn oma zou blijven en hoopte heimelijk dat 'zo lang mogelijk' betekende 'tot naast de operatietafel'. Dit enerzijds om mijn oma het gevoel te geven dat ze niet alleen was en anderzijds uit een vreemdsoortige interesse in operaties, bloed en medische kunstgrepen.
Hoewel ze dus licht teleurgesteld was, toen de zuster tegen mijn oma zei dat mijn moeder niet mee mocht de operatiekamer in, zag ze de redelijkheid van die weigering ook wel in en besloot ze om, in afwachting van de terugkeer van mijn oma, de tijd in de wachtkamer te doden met een boterham. Tot haar grote verbazing kwam de zuster vijf minuten later terug, met de mededeling dat mijn oma haar verzoek nogmaals had ingediend, ditmaal bij de chirurg, en dat die daarin had toegestemd. Wel had hij eerst aan mijn oma gevraagd of ze verwachtte dat mijn moeder de ingreep zou kunnen aanzien zonder van haar stokje te gaan, want hij had tijd noch zin om zich daarmee bezig te houden. 'Ja hoor, dokter', zei ze, 'dat kan ze prima naar kijken zonder dat ze flauwvalt. Ze doet niet anders'. (U dient te weten dat mijn ouders niet in het bezit van een televisie zijn.)
Om te benadrukken dat mijn moeder uit een koen en stoutmoedig geslacht stamt, voegde ze daar nog aan toe: 'En ik ben een slagersdochter', hetgeen de waarheid is, maar in de operatiekamer toch een wat merkwaardige bijklank kreeg.
Aldus geschiedde het, dat mijn moeder getuige was van de ooglidcorrectie van mijn oma, en van haar verbazing toen ze met haar ogenleden gesloten (er was inmiddels een dun reepje huid uitgesneden) het licht zag: 'Dokter, kijk ik er nou doorheen? Ik zie de lamp!'
'Nee hoor', zei de dokter geruststellend, 'ik tilde uw ooglid even op'. Tegelijkertijd keek hij met rollende ogen mijn moeder aan, alsof hij wilde zeggen: 'Wie onder deze omstandigheden nog zo helder is, zal menigeen in scherpzinnigheid overtreffen, ongeacht hoe de ogen functioneren.'